Gegroet, vrijgeest!

Betreed het rijk der soevereine individualiteit. Hier zoeken wij vrije, al te vrije geesten naar een doel voor de toekomst – hier onderzoeken wij de redenen van het verleden – en hier verzoeken wij het heden, om zich te beraadslagen over haar verleden en dat, wat zij wil wat haar vanuit de toekomst toe zal komen. De tijd is aangebroken en wij, eeuwig wordende, zullen ons eigen lot en dat van ons thuis ter hand moeten nemen. Dit meest middernachtelijke moment is op handen, en de keuze staat voor de deur – zijn wij klaar voor dit besluit? De boog staat gespannen, de pijl hebben wij vast, en in één rechte lijn wil het naar dat doel, dat daar – doch, zo vragen wij; waar is dat waarlijke daar?

Gaat nu voort, en bezie, beluister en belees mijn werk; ik geef u echter geen antwoorden, ik geef u slechts een misschien – mogelijkheden, ver voorbij goed en kwaad, ver voorbij ons eigen verleden en dit mistroostige heden. Doch, wilt u een goed en een kwaad, en wilt u het eeuwige oordeel; oordeelt dan toch, doch laat uw oordelen uw meest-verstandelijke gehoor toch niet opdelen! Ach wat! Al wilt u dat, wat maakt het!? Alles mag, alles is geoorloofd; u kunt alles maken!